Het Border Collie Wonder

Van mijn 17e tot mijn 27e had ik een hond, een Border Collie. Hij heette Tibo, en eigenlijk was hij van het hele gezin, maar omdat ik met hem naar de hondenschool ging, beschouwde ik hem toch eerder als mijn hond. Toen ik op kot ging, kon hij daar niet mee lachen (honden kunnen lachen!), maar soms nam ik hem mee, en dat vond hij telkens geweldig. Op de bus en de trein zat hij dan op de zitplaats naast mij en voelde zich de koning te rijk. Het was een prachtige, bijzonder intelligente hond. Een echte kameraad.

DSC_0673

Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje emigreerde. Mijn vader timmerde een houten kist, we reden naar de Ardennen, en daar, in de tuin van mijn ouders, hakte ik tot zonsondergang in de van stenen vergeven grond, tot het gat dat ik gemaakt had groot en diep genoeg was om hem in te begraven.

Anderhalf jaar later vierden mijn kersverse Spaanse echtgenoot en ik ons burgerlijk huwelijk met onze noordelijke en zuiderse familieleden in een tot restaurant opgebouwde villa in Kalmthout. Erachter lag een park, waar we huwelijksfoto´s lieten maken met mijn vader als fotograaf. Slechts één wandelaar kwamen we daarbij tegen, en die had een hond bij. Een Border Collie.

DSC_0675

Een paar zomers later begon ik te beseffen dat permanent naar Spanje verhuizen betekende dat ik meer dingen zou moeten opgeven dan ik aanvankelijk gedacht had. ´s Morgens de gordijnen openschuiven en zien dat het gesneeuwd heeft, bijvoorbeeld. En het hebben van een Border Collie leek daar ook onder te vallen. Tot ik begin dit jaar, een paar maanden na de verhuis, in de buurt van ons nieuwe huisje rondwandelde en een jongen zag die zijn hond uitliet. Het was een roodharig dier, maar zijn bewegingen en lichaamshouding waren ontegensprekelijk die van een Collie. Ik sprak de jongen aan, en hij zei me dat het inderdaad een Border was. “En hoe houdt die het hier uit in de zomer?” vroeg ik. “O, dat lukt wel,” zei de jongen. “Als je er ´s morgens en ´s avonds mee gaat wandelen en hem overdag binnenhoudt, dan heeft hij er niet zoveel last van.” Hij gaf me ook het adres mee van de kweker waar hij zijn hond gehaald had. Bijzonder enthousiast kwam ik die dag thuis van mijn wandeling. Misschien dat we toch op een dag een Border konden hebben! Over een jaar of twee, schatte ik. Eerst settlen, en wat sparen. Want een rashond is niet goedkoop.

Een week later (echt waar, EEN WEEK LATER), zaten we bij mijn schoonouders aan tafel, toen mijn schoonbroer zich naar mij toe draaide. “Kath,” zei hij, “wil jij een Border Collie? Mijn bazin heeft een Borderteefje dat binnenkort een nestje gaat krijgen. En ze wil jullie er eentje kado doen.” Echt waar, ik viel bijna van mijn stoel. Mijn schoonbroer wist wel dat ik vroeger dat soort hond gehad had, maar ik had hem niets over mijn recente ontmoeting met die jongen en zijn hond verteld.

Desondanks hebben we heel lang getwijfeld, want zoals gezegd leek de timing niet echt ideaal en mijn man had wat koudwatervrees (had nog nooit een hond gehad). Maar het voelde zo meant-to-be, dat ik uiteindelijk toch de echtgenoot overtuigde. En zo kwam het dat we in april met een zwart-wit pupje thuiskwamen. We noemden hem Wolf.

DSC_0625

En het was inderdaad niet gemakkelijk, want de timing was inderdaad niet ideaal, en zowel Border Collies als Belgische baasjes zijn niet gemaakt voor hete Spaanse zomers, ondanks de hoopgevende informatie die ik te velde had gekregen.

Maar nu ligt hier die prachtige hond aan mijn voeten.

Ik woel met mijn vingers door zijn dikke, zwarte vacht en het voelt zo vertrouwd. Het is een thuiskomen in een gevoelswereld waarvan ik dacht dat ik ze voorgoed had moeten achterlaten. Een wereld die ik nu kan doorgeven aan mijn dochter. Zodat zij voor altijd weet hoe het voelt: die hondenkop in je handen houden, je bewust zijn van die attente aanwezigheid wanneer het dier naast je zit, het spelen, het knuffelen, trucjes leren. Bezorgd zijn als hij ziek is, en zonder nadenken zijn overgeefsel opkuisen. Boos zijn als hij je schoen vernielt of het zadel van je fiets. Lachen wanneer hij bijkomt na een narcose –enerzijds omdat hij zo grappig waggelt, anderzijds uit opluchting omdat hij okee is.

En over zovele jaren: afscheid nemen van je vriend en in de harde grond van deze onverbiddelijke aarde een laatste rustplaats voor hem graven. En zien dat hij desondanks nog altijd met je meeloopt wanneer je alleen gaat wandelen.

 

 

 

 

 

Advertisements